

Verslag Wil:
Aangezien wat Cross Country wedstrijden rijden goed zou zijn om snelheid te krijgen voor de marathons moest ik er ook maar aan geloven. De wekker op 5:15 gezet (wat dan kwart over zes was als je de wekker nog niet had verzet) om op tijd te zijn voor de start van de eerste Bergrace off the road in Wageningen. Doordat ik dit jaar voor het eerst een KNWU licentie had kon ik redelijk vooraan starten. Ik stond samen met Harold ergens op de zeventigste plaats. Uiteraard stonden Frank en Bart helemaal vooraan en Peer stond helaas voor hem helemaal achteraan. In het startvak uiteraard veel gesoingeerde renners met geschoren benen, hardtails met een vast vork en witte sokken over de schoenen. Ik zal dus best zijn opgevallen met mijn Altitude. Voor en achter 140mm veerweg, jasje met lange mouwen en om het toch maar uit te proberen voor de marathons ook mijn camelbak achter op mijn rug. Roel van Houtum kwam me nog even het starten voor doen “Als er ergens ruimte is moet je die ook benutten” en meteen na het startschot stond Roel dan ook meteen twintig plaatsen voor mij. Ik had niet de illusie om hem te volgen maar om eigenlijk mijn eigen tempo te gaan rijden. Dat was uiteraard niet mogelijk. Bij een marathon lukt me dan nog wel maar bij een wedstrijd van 150 minuten wordt je toch meegezogen met de rest. Jesus, wat ging het hard! Na de start in een groepje gekomen en in dat groepje het eerste uur alleen maar zitten denken aan afstappen, dat het echt niet leuk was, continue met een hardslag van 180 rijden niet gezond is en meer van dat soort ellende. De gedachte dat wanneer ik af zou stappen Peer me weer direct voor homo uit zou maken hield me op de fiets. Na ongeveer een uur reden we met ons groepje naar het groepje waar Harold en Bart ook in zaten. Dat was uiteraard weer goed voor de moraal. Het begon toen ook lekkerder aan te voelen. De rondetijden bleven toch wel ongeveer hetzelfde maar blijkbaar was mijn lichaam na een uur gewend geworden aan met een gemiddelde hartslag van 175 te rijden. Steeds meer mensen moesten afhaken in het groepje wat voor mij iedere keer extra energie kosten. Ik denk dat ik ongeveer anderhalf uur als laatste heb gereden dus iedere keer was het weer een gat dicht rijden. Laten we dat maar het gebrek aan ervaring noemen. Harold was continue in de comfortabele positie van derde in de groep aan het rijden dus hem ging het beter af. Na twee uur moest ik de groep (of wat er nog van over was) samen met nog een andere renner ook laten gaan. Met zijn tweeën hebben we de wedstrijd uit gereden. Toch nog 28ste van de 263 met nog redelijk wat elite renners achter me. Ik was tevreden. Na een paar dagen denk ik dan toch maar: Op naar Oss voor de volgende Bergrace. Aangezien wat Cross Country wedstrijden rijden goed zou zijn om snelheid te krijgen voor de marathons moest ik er ook maar aan geloven. De wekker op 5:15 gezet (wat dan kwart over zes was als je de wekker nog niet had verzet) om op tijd te zijn voor de start van de eerste Bergrace off the road in Wageningen. Doordat ik dit jaar voor het eerst een KNWU licentie had kon ik redelijk vooraan starten. Ik stond samen met Harold ergens op de zeventigste plaats. Uiteraard stonden Frank en Bart helemaal vooraan en Peer stond helaas voor hem helemaal achteraan. In het startvak uiteraard veel gesoingeerde renners met geschoren benen, hardtails met een vast vork en witte sokken over de schoenen. Ik zal dus best zijn opgevallen met mijn Altitude. Voor en achter 140mm veerweg, jasje met lange mouwen en om het toch maar uit te proberen voor de marathons ook mijn camelbak achter op mijn rug. Roel van Houtum kwam me nog even het starten voor doen “Als er ergens ruimte is moet je die ook benutten” en meteen na het startschot stond Roel dan ook meteen twintig plaatsen voor mij. Ik had niet de illusie om hem te volgen maar om eigenlijk mijn eigen tempo te gaan rijden. Dat was uiteraard niet mogelijk. Bij een marathon lukt me dan nog wel maar bij een wedstrijd van 150 minuten wordt je toch meegezogen met de rest. Jesus, wat ging het hard! Na de start in een groepje gekomen en in dat groepje het eerste uur alleen maar zitten denken aan afstappen, dat het echt niet leuk was, continue met een hardslag van 180 rijden niet gezond is en meer van dat soort ellende. De gedachte dat wanneer ik af zou stappen Peer me weer direct voor homo uit zou maken hield me op de fiets. Na ongeveer een uur reden we met ons groepje naar het groepje waar Harold en Bart ook in zaten. Dat was uiteraard weer goed voor de moraal. Het begon toen ook lekkerder aan te voelen. De rondetijden bleven toch wel ongeveer hetzelfde maar blijkbaar was mijn lichaam na een uur gewend geworden aan met een gemiddelde hartslag van 175 te rijden. Steeds meer mensen moesten afhaken in het groepje wat voor mij iedere keer extra energie kosten. Ik denk dat ik ongeveer anderhalf uur als laatste heb gereden dus iedere keer was het weer een gat dicht rijden. Laten we dat maar het gebrek aan ervaring noemen. Harold was continue in de comfortabele positie van derde in de groep aan het rijden dus hem ging het beter af. Na twee uur moest ik de groep (of wat er nog van over was) samen met nog een andere renner ook laten gaan. Met zijn tweeën hebben we de wedstrijd uit gereden. Toch nog 28ste van de 263 met nog redelijk wat elite renners achter me. Ik was tevreden. Na een paar dagen denk ik dan toch maar: Op naar Oss voor de volgende Bergrace.